Marguerite van Male is veertien en een half. Ze is de erfgename van Vlaanderen. Ze droomt van een witte ridder die haar naar een kasteel in de wolken zal voeren. Maar de ridders die ze ontmoet zijn allemaal sufferds die niet bestand zijn tegen haar pittige karakter en haar opvliegende aard. Op een dag beslist haar vader met wie ze die zomer zal huwen …
In haar eigen woorden vertelt Marguerite over haar vreselijke vossenhaar dat nooit in vorm blijft, over Willem, die een meester is in de zoenkunde, over Roderik, uit wiens kaakbeen ze een tand heeft geslagen, over de monnik Zannekin, die stinkt als een varkenskot, over de vrije stad Brugge met haar knarsende uithangborden, over de boeken van haar moeder met hun smachtende liefdesverhalen, over de rode zweertjes in het gezicht van haar toekomstige echtgenoot en over de zwarte haat die ze voelt voor haar bloedeigen vader.
Deze roman, die ik schreef met Pat Van Beirs, verscheen voor het eerst in 2005 en is intussen al vaak herdrukt.
Marguerite of Margaretha van Male (circa 1350-1405) was de enige dochter van Lodewijk van Male, die de laatste graaf van Vlaanderen wordt genoemd. In 1369 trouwde ze met Filips de Stoute, jongste zoon van de Franse koning en hertog van Bourgondië. Het huwelijk voltrok zich in de kerk van de Gentse Sint-Baafsabdij. Marguerite overleed in 1405 in de buurt van Lille in Noord Frankrijk.
Marguerite had de reputatie een sterke, belezen en intelligente vrouw te zijn die haar man hielp en adviseerde bij de onderhandelingen met de vaak stugge Vlaamse burgmeesters en gilden (dat zijn verenigingen van ambachtslieden en kooplieden). Het kasteel van Male waar ze opgroeide en waar een groot deel van de roman zich afspeelt bestaat nog steeds. Althans voor een deel. De slottoren in het midden van de foto hieronder stamt nog uit de tijd van Marguerite.

Marguerite’s oudste zoon Jan Zonder Vrees werd na haar dood in 1405 de graaf van Vlaanderen en de hertog van Bourgondië. Zo werd Margaretha de stammoeder van de Bourgondische Nederlanden die later opgingen in het rijk van de Spaanse en Oostenrijkse Habsburgers.

De geschiedschrijvers uit Marguerite’s tijd deden haar af als een onaantrekkelijke vrouw. Het onderstaande, weinig flatterende portret van haar is te zien in het Musée de l’hospice comtesse in de Noord-Franse stad Lille. Maar of Marguerite er werkelijk uitzag zoals op het schilderij, valt te betwijfelen. Het doek werd immers pas geschilderd decennia na haar dood.

De Belgische illustrator Jean-Léon Huens (1921-1982) maakte in de jaren 1950/60 honderden illustraties van belangrijke gebeurtenissen in onze vaderlandse geschiedenis. Ze werden gedrukt als postkaarten en gebruikt als lesmateriaal in middelbare scholen. Je kon ze ook zelf verzamelen door Historia punten te sparen. De postkaarten (en ze zijn werkelijk prachtig) kon je kleven in de boeken van ’s Lands Glorie. De teksten onder de illustraties waren van historicus Jean Schoonjans.
Illustrator Huens maakte een prent over het huwelijk van de 19-jarige Marguerite van Male met haar gemaal Filips De Stoute. Ze ziet er leuk uit met de margrieten in het haar.

Pat en ik gingen op zoek naar het graf van Marguerite in Lille maar kregen van een plaatselijke hooglerares middeleeuwse geschiedenis te horen dat het verloren was gegaan. Volgens de historica was de grafsteen gestolen tijdens de Franse revolutie (in de late 18de eeuw) en vandaag staat die enorme, vuurvaste natuursteen wellicht in een of andere open haard in de buurt van Lille.
Jonkvrouw werd in heel wat talen uitgegeven. Hieronder vind je een paar voorbeelden.

JONKVROUW won de Thea Beckmanprijs, de Boekenleeuw, de prijs van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen, de Interprovinciale Prijs voor Letterkunde, de Kleine Cervantes en een eervolle vermelding van de Zoenjury.
De roman is nog steeds verkrijgbaar bij Standaard Uitgeverij.