GALGENMEID

Antwerpen 1582. De veertienjarige beurzensnijder Gitte Niemandsdochter wordt in de boeien geslagen door de stadswacht en ter dood veroordeeld. Ze ontsnapt ternauwernood aan de galg door de onderbaljuw ervan te overtuigen dat haar vader een Spaanse hertog is die bovendien adviseur is van koning Filips de Tweede. De Nederlanden zijn in oorlog met Spanje en in ruil voor haar leven moet Gitte spioneren voor de Nederlandse prins van Oranje. Ze reist naar Sevilla en zal al haar list en handigheid moeten aanwenden om de strategische zeekaarten van de hertog te stelen. Maar hoe langer Gitte in Sevilla is, hoe meer ze van de stad en de hertog gaat houden. Wanneer ze de elegante don Domingo ontmoet, slaat haar hart helemaal op hol. Ze probeert met alle middelen onder haar opdracht uit te komen… 

De oorsprong.

De roman vond gedeeltelijk zijn oorsprong in de avontuurlijke historische roman ‘De Drie Musketiers’ (1844) van de Franse schrijver Alexandre Dumas. De ‘boosaard’ in dat verhaal is Milady De Winter, een spionne in dienst van een machtshongerige kardinaal. Als tiener trouwde Milady De Winter met Athos, een musketier van de koning. Toen Athos ontdekte dat zijn bruid een brandmerk op haar schouder had, en zij hem haar verleden als veroordeelde dievegge opbiechtte, strafte hij haar voor haar bedrog door haar op te hangen aan een boom. (!) En, geloof het of niet, Athos is een van de helden van het boek. Maar Milady overleefde de ophanging en ging werken als spionne. Haar hart werd verteerd door wraak…

Het boek ‘De Drie Musketiers’ las ik in een verkorte versie als tiener. Ik hield de roman maar ik vond toen al dat het personage van Milady De Winter, de ‘fatale vrouw’, onrecht was aangedaan. Naar mijn gevoel was Athos de klookzak. Milady was een slachtoffer. Ik had bewondering voor Milady’s vindingrijkheid, veerkracht, stoerheid en onafhankelijkheid. Ze verdiende een beter lot…

Hieronder een illustratie uit een negentiende eeuwse editie van ‘De Drie Musketiers’: Athos die zijn bruid, Milady De Winter, ophangt.

‘Galgenmeid’ vond ook zijn oorsprong in ‘Het Geuzenboek’ van Louis Paul Boon. Het Geuzenboek is een prachtig geschreven, zij het erg patriottisch non-fictie werk over de tachtigjarige oorlog toen Antwerpen en Sevilla de metropolen van hun tijd waren en de Lage Landen in opstand kwamen tegen de koning van Spanje. In dat boek schrijft de Vlaamse auteur met veel verontwaardiging over de Spanjaarden en hun Vlaamse – euh – liefjes. De auteur gebruikt een ander, veel denigrerend woord, maar goed. Ik ergerde me aan het boek en het gebrek aan respect waarmee hij over de vrouwen van toen schreef. Ik ervaarde eenzelfde gevoel van teleurstelling en verontwaardiging als bij ‘De Drie Musketiers’.

De liefdes (sic.) van de Spanjaarden verdienden beter.

En zo ontstond Gitte, de dochter van een Spaanse officier en een Vlaamse herbergierster is Gitte Niemandsdochter. In opdracht van Oranje trekt ze naar Sevilla om haar biologische vader, een raadgever van de koning, te bespioneren. Maar eenmaal in Sevilla aangekomen, wil ze niet meer terug naar het koude noorden. Ze wordt verliefd op Spanje. Ze houdt van alles wat Spaans is. Ze is zelfs bereid Oranje te verraden. Aan het begin van het boek is Gitte veertien en arm als de raven. Ze staat op de markt van Antwerpen. Ze steelt.

Dit is Gitte: Het dametje met het martervel heeft donkere ogen en kleurloze lippen. Haar huid is wit als zure melk. Haar dikke rokken vormen een ballon onder een grijs wollen kortjakje waarin dat magere lijfje van haar zit. De handelaars op de markt groeten haar want ze is rijk als de koning van Spanje. Hier neemt een man zijn muts voor haar af. Daar maakt een vrouw een lichte buiging. Maar ze krijgen er niets voor terug. Het dametje zweeft over de marktplaats, haar ogen koud als de winter om haar heen.Haar adem een hooghartig wolkje. Wellicht is het dametje de dochter van één of andere koopman die haar “mijn bloem” noemt en woont ze in een stenen huis met drie schoorstenen. (…) Het dametje draagt het martervel met de edelstenen over haar mouw zodat ze ermee kon lopen pronken als een poldergans. Loop maar verder, dametje! Kijk maar rond. Mij zie je niet. Mij hoor je niet. Maar ik kan de touwtjes van een beurs doorsnijden in de tijd van een kuch. Ik kan de ring van een dikke priestervinger trekken voordat God-in-de-hemel er ook maar iets van merkt. Ik ben de wraak van de armen. En voor je ’t weet, dametje met het stenen huis en de drie schoorstenen, ben jij dat stomme martervel van je kwijt‘.

Een derde reden waarom ik dit boek wilde schrijven is Pat van Beirs. We hadden elkaar leren kennen op de Hogeschool voor Vertalers. We hebben samen Engels toneel gespeeld, de Vlaamse dub geschreven voor de speelfilm Chicken Run, de roman Jonkvrouw en het scenario van Aanrijding in Moscou geschreven. Pat is in de eerste plaats leerkracht geweest (Spaans, Engels) en is gepassioneerd door geschiedenis. Hij deed de research voor ‘Galgenmeid’ en speurde in het Spaanse Sevilla naar de sporen van de Vlaamse kooplieden en kunstenaars die er werkten en leefden in de zestiende eeuw. Vaak werden de namen van de kunstenaars verspaanst. De schilder Pieter de Kempeneer werd in Spanje Pedro Campaña genoemd. Zijn Kruisafneming hangt in de sacristie van de kathedraal van Sevilla. Het enorme, goudkleurige altaarstuk in de kathedraal van Sevilla is gemaakt door de houtsnijder Pieter Dancart en zijn assistenten.

Inspiratie.

Tijdens het schrijven vond ik inspiratie in de schilderijen van Pieter Brueghel. Hieronder staat het werk ‘De Volkstelling te Bethlehem’ (1566). Het toont een winterlandschap met een tafereel dat de volkstelling voorstelt ten tijde van de geboorte van Jezus Christus, maar in feite is het gebeuren gesitueerd in een dorp in Brabant in de zestiende eeuw. Het schilderij hing aan de muur voor mijn tafel toen ik de roman aan het schrijven was. Het behoort is te zien in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel.

Voor de Spaanse mannen in het boek inspireerde ik me op de schilderijen van de in Sevilla geboren kunstenaar Diego Velasquez (1599-1660). Onderstaande schilderijen stellen een jonge edelman voor en een middagmaal. De jonge edelman doopte ik al snel Don Domingo, op wie Gitte verliefd wordt.

Ik vond ook veel inspiratie in het prachtige prentenboek ‘De tresoor van Jacob Jansz. Poortvliet (1991) (over het vermoedelijke leven van een gewone man voor de 80-jarige oorlog in 1566. Rien Poortvliet (1932-1995) schreef en tekende dit boek over zijn voorouder. Een mooier beeld van het leven in de zestiende eeuw kan een schrijver zich niet wensen. Ik koester dit boek als geen ander.


GALGENMEID is een historische roman uit 2010. Pat van Beirs deed de research en ik schreef het verhaal. Het boek won de Boekenleeuw, de prijs van de Kinder- en Jeugdjury (14+) en de Kleine Cervantes.

In 2015 kreeg de Duitse vertaling ‘Galgenmädchen‘ kreeg de Jugendprijs in Wenen, Oostenrijk. De roman is nog steeds in druk, bij Standaard Uitgeverij. De roman werd ook gepubliceerd in het Frans (als ‘Margot d’Anvers’) en Afrikaans (als ‘Galgmeisie’).

Het boek kreeg enthousiaste recensies in de pers. Hierbij recensies van De Standaard, De Leeswelp en Trouw.

GALGENMEID werd geadapteerd voor het toneel door Theater Froefroe. Het gezelschap maakt er een enthousiast en visueel indrukwekkend spektakel van. Ze noemden het stuk ‘Gitte‘ en maakten van Don Domingo een beroemd toreador. Dat was een bijzonder grappig idee en geslaagd in het stuk, maar in het boek is Domingo een soldaat, een musketier van de koning. Van stierengevechten was in de Spaanse zestiende eeuw immers nog geen sprake.

Dit is de Franse editie van het boek:

Tekenares en animatrice Phebe Vanmol, laureate van de Ultimas Challenge 2022, maakte een mooie, Engelstalige youtube video over de roman en het hoofdpersonage.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑