Londen, 1942… Paulette Kincaid is de dochter van een overleden Engelse zakenman en een Française. Haar moeder liet haar in de steek nog voor de oorlog begon en haar vader stierf in een bombardement tijdens de Battle of Britain. Al twee jaar woont ze bij haar tante. Ze helpt in de kledingwinkel met stikken en verstellen maar ze verveelt zich dood. Om een zwangere vrouw te helpen die op het punt staat te bevallen steelt ze een legerjeep. In plaats van door het leger te worden bestraft krijgt ze een baan aangeboden bij de spionagedienst SOE.
Haar gedrevenheid en kennis van het Frans maakt Paulette tot een zeer waardevolle rekruut voor missies in bezet gebied… Haar codenaam verzint ze zelf. Ze noemt zichzelf ‘Naald’…
Van Saboteuses zijn intussen vier delen verschijnen bij uitgeverij Silvester. Deel vijf (Bokser) verschijnt in juni 2026.

Het onderstaande interview verscheen in 2025, bij een heruitgave van Little England en de verschijning van het vierde deel van de reeks ‘Saboteuses’.
Er verschijnen dit jaar twee albums onder jouw naam, samen met die van Thomas Du Caju, die de tekeningen en de kleuren verzorgt. Kun je ons iets vertellen over hoe jullie elkaar hebben ontmoet en hoe jullie zijn gaan samenwerken?
Thomas en ik hebben elkaar voor een school ontmoet. Onze dochters gingen naar dezelfde basisschool. Dat was rond 2007. Hij had gehoord dat ik scenario’s voor speelfilms had geschreven in Vlaanderen (België) en vroeg me of ik interesse had in stripverhalen. Ik was opgegroeid met strips, als abonnee van de weekbladen Kuifje en Robbedoes, en ik had een documentaire geschreven, “Helden van Papier”, over de geschiedenis van de Belgische strip. Voor die documentaire had ik Jacques Martin, Bob de Moor, Macherot, Tibet… geïnterviewd. Toen we elkaar ontmoetten, werkte Thomas aan de populaire Vlaamse serie “Kiekeboe” van Merho en aan zijn eigen serie “Sabbatini”, naar een scenario van Luc Morjaeu. Hij wilde graag een nieuwe reeks, die zich afspeelde in de jaren 1930, met de auto’s, de mode en de sinistere sfeer van die tijd. Ik had dat nog nooit gedaan, een scenario voor een strip schrijven. Dus moest ik het schrijven van strips leren terwijl ik het deed. Onze eerste samenwerking was “Betty & Dodge”.

En 18 jaar later hebben jullie samen 17 albums gemaakt… Een mooie regelmaat. Kun je ons iets vertellen over je schrijfwerk? Stel jij de onderwerpen voor aan Thomas, of komt hij naar jou toe met zijn ideeën?
In het begin koos Thomas de onderwerpen. Dat was het geval voor “Betty & Dodge” en voor “Little England”. Voor dat laatste was Thomas heel precies over wat hij wilde tekenen: Birma, de jungle, de Japanse dreiging, de Engelse aanwezigheid…
Voor “Betty & Dodge” werkte ik samen met Pat van Beirs, die de research deed, maar voor “Little England” stond ik er alleen voor. Het eerste verhaal dat ik aan Thomas voorstelde, was “De muizen van Leningrad”. Daarna had ik een artikel gelezen over de saboteurs van Winston Churchill in Frankrijk en heb ik me daarin verdiept. Thomas was meteen enthousiast.
Maar even over “Little England”. Aanvankelijk wist ik letterlijk niets van Birma in het begin van de jaren 1940. De roman “De jaren in Birma” van George Orwell heeft me enorm geholpen. Orwell, die later de politieke satire “Animal Farm” en “1984” zou schrijven, kwam uit een welgestelde familie, werkte als politieagent in Birma en had bedienden die voor hem zorgden. Maar de minachtende houding van de Engelsen tegenover de inheemse bevolking, hun uitbuiting en de export van de grondstoffen van het land stoorden hem. Hij schreef dat Groot-Brittannië Birma van zijn bestaansmiddelen beroofde. Birma was de kolonie die het verst van Londen verwijderd was. Zijn eerste boek, “De Jaren in Birma” was een regelrechte aanval op het kolonialisme. Toen het boek in 1934 verscheen, maakte het grote indruk. De Engelsen in Birma bestempelden Orwell als een verrader die ze “eens flink onder handen gingen nemen” als die weer voet aan land zette. In de roman van Orwell staan veel details over het lokale dagelijkse leven in die tijd. Ik denk dat ik daar heb ontdekt dat ‘Little England’ de Engelse wijk van de grote stad Mandalay was.

In Little England zijn de hoofdpersonen voornamelijk tieners. Kun je ons iets vertellen over hoe je deze personages hebt neergezet?
Nou, in het begin wist ik niet zo goed hoe ik een oorlogsverhaal in Birma moest vertellen. Ik denk niet dat ik in staat ben om een goed Buck Danny-verhaal te schrijven. Scenarist Jean-Michel Charlier was een meester in het creëren van spanning. Hij deed uitstekend onderzoek en was, als ik me niet vergis, zelf piloot. Ik zocht dus naar een andere invalshoek. En aangezien ik enige ervaring heb met het schrijven van historische romans voor jongvolwassenen, met tieners als hoofdpersonen, volgde ik mijn intuïtie…
Zo kwam ik terecht bij een Britse tiener die, hoewel gefascineerd door vliegtuigen en Groot-Brittannië, ook de zoon is van een Birmese vrouw. Het is een jongen die tussen twee werelden in staat. Birma is zijn vrouwelijke kant, Groot-Brittannië zijn mannelijke kant. Hij wil een soort Buck Danny zijn, maar hij is ook een kind van de tropen. Ik heb onderzoek gedaan naar de Engelse jeugd in Birma. Aan het begin van de oorlog kregen de tieners elk weekend militaire training. Ze keken vol verbazing naar de Amerikaanse vliegtuigen die arriveerden om hen te ondersteunen. Ze dachten dat hen niets kon overkomen. Maar hun koloniale rijk werd van de kaart geveegd.
Laten we het nu hebben over Saboteuses. Het is een lang verhaal, dat zich over zes delen uitstrekt. Vertel ons eens over dit verhaal!
De zes delen van Saboteuses spelen zich af tussen 1942 en 1945. We vertellen het verhaal van vier Franse vrouwen die in Londen worden gerekruteerd om deel uit te maken van de Britse geheime dienst. Ik vertel niet alleen over hun activiteiten in bezet Frankrijk, maar ook over hun zeer verschillende achtergronden. Het is een fictief verhaal, maar het is gebaseerd op een realiteit die niet vaak is verteld. In 2020 las ik een artikel over de vrouwelijke saboteurs van de SOE (Special Operations Executive), de geheime dienst die Winston Churchill oprichtte om “Europa in brand te steken”. Door dat artikel leerde ik Marie-Madeleine Fourcade met als codenaam “Egel”. Ze leidde een netwerk waarvan de agenten een Duitse onderzeebootbasis infiltreerden. Ik leerde ook de Amerikaanse Virginia Hall kennen die met een houten voet de Pyreneeën overstak. Bijna veertig vrouwen werden door de SOE in Frankrijk gedropt en ik heb geprobeerd zoveel mogelijk over hun levens te weten te komen. Zij vormden de inspiratie voor de serie “Saboteuses”.

Er komen veel vrouwen voor in de verhalen die je voor Thomas schrijft. Waarom kies je daarvoor?
Moeilijke vraag. Ik weet niet precies waarom ik vaak vrouwelijke hoofdpersonen kies. Misschien heeft het te maken met mijn vrouwelijk kant. Alle mannen hebben die, toch? Maar ik doe het ook omdat het verhaal van de vrouwen in tijden van oorlog nog onvoldoende werd verteld. Ze hebben in de tweede wereldoorlog een grote rol gespeeld.
Ik denk dat ik ook vrouwen als protagonisten opvoer door mijn intuïtie als scenarioschrijver: ik vind het heerlijk om rollen om te draaien en clichés te gebruiken om ze op hun kop te zetten. Mijn favoriete films zijn Amerikaanse komedies uit de jaren veertig, zoals “His Girl Friday”, “The Lady Eve” of “To Be or Not To Be”. In de Verenigde Staten noemde men dit soort komedies ‘screwball comedies’. Het woord ‘screwball’ komt uit het honkbal. Het gaat om een bal die een onverwachte richting inslaat. En dit soort komedie wordt gekenmerkt door een relatie waarin de vrouwelijke hoofdrolspeler de mannelijke hoofdrolspeler domineert, waardoor zijn mannelijkheid en zijn vooroordelen in het gedrang komen. De wrijving tussen de twee personages staat centraal in die films. Ik vind dat geweldig. Ik hoop dat er een beetje ‘screwball comedy’ in mijn scenario’s zit.
Dat was misschien een lange uitleg voor een eenvoudige vraag.

Maar door vrouwelijke personages op deze manier te animeren, moet je vooral rekening houden met toestanden die exclusief voor vrouwen zijn weggelegd, zoals zwangerschap. Je hebt deze valkuil niet vermeden met Naald… Waarom is dat?
Ik wilde vermijden om sterke en onverschrokken vrouwen te creëren die in wezen mannen zijn in vrouwenlichamen. Ik heb geprobeerd vrouwen van vlees en bloed te schetsen. Hun geslacht helpt hen, maar werkt hen ook tegen. En zwangerschap kan een vrouw hinderen in haar werk en haar leven. De zwangerschap van een van de ‘saboteuses’ is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De echte ‘saboteur’ Mary Herbert verborg haar zwangerschap voor haar superieuren bij de SOE. Ze werd in 1944 gearresteerd en moest haar baby achterlaten bij haar huishoudhulp. Maar na tien dagen verhoor werd ze vrijgelaten. De Duitsers konden zich niet voorstellen dat een jonge moeder ook een spionne zou kunnen zijn.

Laten we tot slot onze lezers een ander aspect van je werk aan dit project onthullen. Als Thomas een album af heeft, is het volgende al geschreven. En op het moment dat deel 4 van Saboteuses uitkomt, zijn zelfs de laatste twee delen al uitgewerkt. Waarom werk je zo?
Ik heb de eerste versie van “Saboteuses” geschreven in de vorm van een scenario van 120 pagina’s. Van hun training in Engeland tot de bevrijding van Parijs. Het leek bijna op een filmscript, maar het was eigenlijk slechts een oefening voor mezelf, om te zien hoe ik het verhaal van de drie saboteuses zou kunnen uitwerken, om de obstakels te ontdekken waarmee ze te maken zouden krijgen, hun liefdes, hun teleurstellingen, hun overwinningen… Er zaten nog grote hiaten in dit eerste scenario en ik wist niet precies hoe ik Bokser zou gaan gebruiken, maar de grote lijnen van het verhaal, en vooral de ontknoping, stonden vast in dit ruwe scenario.
Dus wanneer ik aan het volgende deel begin te werken, controleer ik altijd eerst het oorspronkelijke scenario. Pas daarna begin ik aan de uitwerking van het nieuwe deel. Een uitwerking is het verhaal zonder dialogen. In deze fase krijg ik feedback van mijn uitgever, wat me meestal de zekerheid geeft dat ik op de goede weg ben. Zo’n uitwisseling levert altijd nieuwe ideeën op. Pas dan herschrijf ik het verhaal in de vorm van een scenario. Dit kan afwijken van de eerste versie, want de personages in een verhaal hebben hun eigen karakter en laten zich niet zomaar sturen… Aangezien we nu bij de laatste twee delen zijn aangekomen, was het belangrijk om die eerst in hun geheel te schrijven. Ik heb zojuist het scenario en de dialogen voor deel 5 geschreven. Het zal even duren voordat ik deel 6 uitwerk, want ik weet nu al dat ik Naald, Muis, Bokser en Schnaps zal missen als de serie eenmaal is afgelopen.

Hieronder een eerste ontwerp voor de cover van deel 4 die zich grotendeels afspeelt in de Parijs wijk Montmartre.

Het bovenstaande interview werd oorspronkelijk in een Franse catalogus uitgegeven met andere illustraties. Je vindt hem hieronder.