IJZERKOP

De achttienjarige Stans houdt nooit haar mond, liegt als de pest en doet wat niet mag. Ze droomt ervan Gent achter zich te laten en iets van de wereld te zien. Daar wordt abrupt een einde aan gemaakt als haar vader failliet dreigt te gaan en Stans met een rijke, opdringerige geldschieter moet trouwen. Ook al heeft hij een bad met warm water en koopt hij zijden kleren voor Stans, haar huwelijk is een gouden kooi. Zelfs het leven van een soldaat in het leger van Napoleon lijkt haar aantrekkelijker.

Stans loopt weg, onherkenbaar, in de kleren van haar echtgenoot en komt in Parijs terecht bij Napoleons veertiende compagnie. Ze moet tot elke prijs verborgen houden dat ze eigenlijk een meisje is. Haar broer Pier zit haar op de hielen. Hij is vastbesloten haar te vinden en terug te brengen naar haar man…

“IJzerkop is een wervelend geschreven historische roman die met veel durf en een filmische schrijfstijl lezers uit de eenentwintigste eeuw helemaal warm kan maken voor de Napoleontische tijd.” schreef De Standaard.

Het boek, verschenen in 2019, won de Thea Beckmanprijs, de jonge Thea Beckmanprijs, de Kleine Cervantes en een Vlag en Wimpel van de Zoen-jury.

Het haalde de shortlist van de Boekenleeuw en de Woutertje Pieterse-prijs. Het stond ook op de longlist van de Nederlandse Jonge Jury en van de vijfjaarlijkse Lavki-prijs.

IJzerkop haalde ook de IBBY (International Board on Books for Young People) Honour List 2022. Dat is een tweejaarlijkse selectie van recent gepubliceerde boeken uit de hele wereld ‘van zeer hoge kwaliteit’, ter ere van schrijvers, illustratoren en vertalers. Een hele eer!

Achtergrond

Hierboven staat het schilderij ‘The Field of Waterloo’ van de 19de eeuwse Britse kunstenaar JMW Turner. Het schilderij toont de massa gesneuvelden in de nacht na de veldslag van Waterloo op 18 juni 1815.

De Engelse vrijwilliger Charles Smith van de 95th Rifles maakte deel uit van de ploeg doodgravers. De ploeg moest de kleren en wapens van de gesneuvelde soldaten verzamelen en de lijken in een massagraf gooien. Toen Smith het lijk van een cavalerie soldaat – een kurassier met een borstplaats voor en achter en een ijzeren helm op – uitkleedde, ontdekte hij dat het geen man was maar een vrouw. Het lichaam lag op een plek waar de gevechten die dag in alle hevigheid hadden gewoed. De vrouw was dus in een zwaar harnas en gewapend met alleen een zware sabel op de Engelse kanonnen en geweren zijn afgestormd. Smith noteerde dat de vrouw nog heel jong was. Haar naam en afkomst blijven tot vandaag een mysterie. Deze anecdote was het zaadje waaruit het boek IJzerkop werd geboren.

Hieronder een charge van Napoleons cavalerie: huzaren (zonder harnas) en kurassiers (met helm en harnas).

Officieel bestonden geen vrouwelijke soldaten in het leger van Napoleon maar er waren wel degelijk vrouwen die een uniform aantrokken om tussen de soldaten te leven: de Bretoense Marie-Angélique Duchemin, de beruchte Marie-Thérèse Figueur (bijgenaamd Madame Sans-Gêne) wiens memoires in boekvorm werden uitgegeven en de Gentse Marie-Jeanne Schellinck die meer dan tien jaar in het leger van de Keizer diende en daar een militair pensioentje aan overhield.

Vele andere vrouwen bleven anoniem en werden nooit ontmaskerd. Het non-fictie boek ‘Amazon and Military Maids’ van Julie Wheelwright gaf me inzage in brieven, memoires en dagboeken van vrouwen die zich in de voorbije drie eeuwen als mannen hadden verkleed om onder de wapens te gaan.

Er waren ook gewone vrouwen die voor het avontuur, voor de revolutie of voor de liefde het leger volgden. Hieronder een ‘cantintière’ of zoetelaarster die wijn en voedsel verkoopt aan de troepen.

De tijd van Napoleon is onlosmakelijk verbonden met de Franse revolutie die begon in 1789. Het volk kwam in opstand tegen zijn machtshebbers. Ze schaften de monarchie en de aristocratie af. De mensen in Frankrijk waren voortaan vrij en en gelijk. Deze omwenteling is wellicht één van de belangrijkste gebeurtenissen in Europa in de laatste duizend jaar. Het was het begin van de moderne tijd. De revolutie leidde tot chaos in Frankrijk, tot de onthoofding van de Franse koning en de koningin en tot enorme conflicten met de rest van Europa. In 1799 greep Napoleon Bonaparte de macht.

Hieronder de eerste slogan van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid of … de dood.

De Franse Keizer mocht dan wel de ideeën van de Franse revolutie hoog in het vaandel dragen en van de daken roepen dat ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ de waarden van de piepjonge republiek Frankrijk waren, vrouwen bleven minder vrij en minder gelijk dan mannen. Napoleon had een burgerlijk wetboek in het leven geroepen dat hij tijdens zijn bewind continu bijwerkte en dat hij, bescheiden als hij was, in 1807 tot de ‘Code Napoléon’ herdoopte. (Het is de basis van het huidige wetboek in België en Nederland.) In het artikel 213 van het wetboek stond dat de man bescherming moest bieden aan zijn vrouw en als tegenprestatie moest de vrouw gehoorzamen aan haar man. Een getrouwde vrouw had uitsluitend plichten en geen burgerlijke of juridische rechten. Als minderjarige (tot haar eenentwintigste) moest ze gehoorzamen aan haar vader en, eenmaal gehuwd, aan haar echtgenoot. Vrouwen die ongehuwd bleven liepen het risico om in armoede te vallen en in de marge van de samenleving te eindigen.

En toch was die jonge negentiende eeuw een tijd van opmerkelijke vrouwen. Aangezien veel mannen naar de oorlog gingen, waren het vrouwen die handel dreven zonder verantwoording af te leggen aan een man. Zo was de weduwe Clicquot een zakenvrouw uit de champagnestreek die de schuimende wijnen van haar overleden echtgenoot verkocht aan zowel de Keizer als aan zijn vijanden. Er waren Parijse actrices die op handen werden gedragen door het publiek en niemand rekenschap hoefden te geven. Zo bleef Mademoiselle Mars ongetrouwd en kreeg ze drie kinderen uit een liaison met een Franse militair. Er waren romanschrijfsters waarvan de bekendste Madame De Staël (spreek uit: Stal) is. Haar hoofdpersonages waren rebelse vrouwen die hun lot beklaagden en er meer dan eens van droomden om mannenkleren aan te trekken. In een van haar boeken beklaagde ze de Duitsers wier land door de Franse troepen onder de voet was gelopen. Napoleon verbande haar uit Frankrijk. Haar boeken zijn tweehonderd jaar na haar dood nog steeds in druk. Hieronder een schilderij van Madame de Staël.

In de buurt rond de Gentse Kraanlei huisden aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat leerbewerkers. Een buurman gaf me een lijst met de namen en beroepen van de mensen die toen in de wijk woonden. Een stadsgids wees me op het bestaan van de wasvlotten op de Gentse kanalen. Het hielp me allemaal om de Gentse wereld van Stans en Pier tot leven te wekken.

Bokskampen tussen vrouwen ontstonden in de achttiende eeuw in Engeland en werden door grote menigten bijgewoond. De Londense krant The Weekly Dispatch rapporteerde erover. Het fenomeen bereikte het Europese vasteland aan het begin van de negentiende eeuw.

Ik heb geprobeerd om alle plekken te bezoeken waarover ik schreef. Het Parijse Grand Tivoli bestaat niet meer maar in het Café Corrazza (geopend in 1787) werd tot voor een paar jaar nog wijn geschonken. Ik zocht vruchteloos naar het café in de Rue de Richelieu op een verregende lenteochtend. Een behulpzame garçon van een nabijgelegen terrasje wees me het pand aan. Een meubelzaak had er intussen onderdak gevonden. Het café was verdwenen maar de brede ingang met zijn kasseien, oude balken en hoog plafond gaf me een beeld van hoe het vroeger was.

De Weense traiteurie waar Stans de Duitse Fortuna terugvindt, is vandaag een historisch koffiehuis, Café Frauenhuber. Onder haar gewelven hebben ooit Beethoven en Mozart kamerconcerten gegeven.

Aan de voet van de heropgebouwde kerk van Aspern staat een monument als herinnering aan de slag. Het beeld stelt een stervende of slapende Oostenrijkse leeuw voor wiens enorme poten rusten op een Franse standaard en een kurassiershelm. De slag wordt er nog elk jaar op 21 mei herdacht door erfgenamen van de Habsburgers en in de sacristie van de kerk is een klein maar boeiend museum met achtergebleven wapens, munitie, hoeden en uniformen. In het nabijgelegen Essling, in een robuust stapelhuis, staat een enorme maquette met duizenden figuurtjes die een overzicht biedt van de slag. In de meer dan tweehonderd jaar oude ijzeren poort van het stapelhuis zit een kogelgat uit 1809. Ik bezocht de plek van het slagveld in de derde week van mei en het koren groeide er, jong en groen. Een groot deel van het uitgestrekte slagveld is vandaag ingenomen door woonwijken en een autofabriek.

De slag van Aspern was een bloedbad. Historici schatten dat er tussen het middaguur van 21 mei en de valavond van 22 mei 1809 ongeveer veertigduizend soldaten sneuvelden: 16.000 Fransen en 24.000 Oostenrijkers. De slag heeft zijn belang in de geschiedenis. Het was de eerste keer dat Napoleon op het land zo op zijn donder kreeg. Napoleon dankte zijn vroegere overwinningen aan zijn snelle troepenbewegingen, zijn doeltreffende artillerie en zijn sterke infanterie. In 1809 wilde de veertigjarige Napoleon zo snel mogelijk komaf maken met de opstand van de Oostenrijkse aartshertog die hij vier jaar eerder zo beslissend had verslagen bij Austerlitz. Hij beval zijn generaal Bertrand, een begenadigd ingenieur, een pontonbrug te bouwen over de Donau om slag te leveren aan de andere oever. De generaal moet de Keizer ongetwijfeld de raad hebben gegeven een paar weken te wachten tot het waterpeil van de rivier was gezakt maar de Keizer luisterde niet. Hij was ongeduldig en wilde de Oostenrijkse troepen die hij al weken opjaagde geen respijt gunnen. Maar de sluwe aartshertog Karel saboteerde de pontonbrug door projectielen in de Donau te gooien en sneed zo het Franse leger in tweeën. De Oostenrijkse troepen slaagden er, ondanks hun numerieke overmacht en hun meer dan tweehonderd kanonnen (de Fransen hadden er maar zestig), niet in het leger van de Keizer uit de brandende dorpen te verdrijven. Het zegt iets over de discipline van de Franse soldaten en officieren. In de nacht van 22 mei trok Napoleon zijn hele leger terug op het eiland Lobau.

Hieronder een romantische impressie van Napoleon die de gewonden op het eiland bezoekt met op de achtergrond de pontonbrug over de Donau met aankomende troepen.

Nog nooit had Napoleon zoveel manschappen in een slag verloren. En het zou in de laatste zes jaar van het Keizerrijk alleen maar erger worden. Bij elke slag brachten de geallieerden meer manschappen op de been en werden meer kanonnen ingezet. In de grote veldslagen tijdens de laatste jaren van zijn bewind, steeg het aantal gesneuvelden tot ongekende hoogtes.

De Donau is intussen getemd. De rivier volgt vandaag een recht traject en wordt met sluizen en een parallel kanaal in bedwang gehouden. Het eiland Lobau is nog steeds zoals het was: een drassige wildernis met meertjes, moerasjes, spechten, bevers en vleermuizen. Het is vandaag een mooi natuurpark waar enkele discrete gedenkstenen herinneren aan de aanwezigheid van Napoleon.

De slag van Aspern-Essling sprak tot de verbeelding van de Franse schrijver Honoré de Balzac die een jaar of vijftien na de slag ooggetuigen interviewde en dat materiaal wilde gebruiken voor een roman. Balzac overleed te jong en het was Patrick Rambaud die in 1997 de research van de gevierde auteur gebruikte om de documentaire roman La Bataille te schrijven. Daarin beschrijft hij de tweedaagse slag en suggereert hij boeiende gesprekken die tussen de Keizer en zijn maarschalken plaatsgehad kunnen hebben.

Ik raadpleegde ook de memoires van maarschalk André Masséna die de bevelhebber was van de infanterie in Aspern en liefst tien boekdelen nodig had om zijn leven te vertellen. De gids van het museum van Aspern en de eigenaar van een winkeltje voor miniatuursoldaatjes bij de Weense kathedraal trakteerden me op nog meer anekdotes over de veldslag. In het non-fictie boek ‘Les soldats de la grande armée’ van Jean-Claude Demamme, dat aantekeningen citeert van de Franse soldaten tijdens hun veldtochten,  ontdekte ik de bloedige (en strategisch nutteloze) inname van Ebelsberg. 

Het Gentse rasphuis aan de Coupure, waar Leopold Hoste gevangen zat, werd in 1935 gesloten en afgebroken. Op de site staan vandaag gebouwen van de Gentse universiteit. Het kanon van vader Hoste zag pas tien jaar later het daglicht toen een artillerie officier van Napoleon, Henri-Joseph Paixhans, een marinekanon ontwierp met kogels die ontploften wanneer ze hun doel troffen. Het kanon werd gegoten in 1824 en uitgetest op het afgedankte fregat ‘Le Pacificateur’ – met zijn tachtig kanonnen ooit de trots van de Franse marine. Het kanon van Paixhans liet tijdens deze test geen spaander heel van het fregat en zou de oorlogvoering op zee voor altijd veranderen.

IJZERKOP is fictie, maar voor mij zijn de personages eigenlijk wel mensen van vlees en bloed die me hun verhaal hebben ingefluisterd en me hebben verzekerd dat alles écht zo is gebeurd. Ze hebben twee jaar in mijn hoofd geleefd en ik ben blij ze los te laten en met u te delen.

IJZERKOP werd verteld in het Engels, Italiaans en Slovaaks. Hieronder het Italiaans voorblad.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑