SPECULAAS

Voor het blad ‘LEZEN’ van de Nederlandse Stichting Lezen schreef ik een column naar aanleiding van mijn Annie MG Schmidt lezing. Je vindt de tekst van de column hieronder.

Speculaas. Als kind wilde ik speculaas. Omdat het zoet was, natuurlijk, maar vooral omdat op elk pak speculaas een Historia-bon gedrukt stond die je moest uitknippen. Als ik voldoende van die bonnen had, kon ik die inwisselen tegen plaatjes van ”s Lands Glorie’. Die plaatjes vertelden de geschiedenis van België . De paleolithische jager die een rendier doodt met een stenen werktuig. De Noorman die aan zijn maten de weg wijst met zijn speer. Ik bond de plaatjes samen met een elastiek. Er zat, zo dacht ik, een verhaal in elk plaatje. Maar op de achterkant stond niet meer dan een titel, een korte uitleg en een nummer. Meer verhaal was er niet. Ik heb me ziek gegeten aan speculaas om die plaatjes te verzamelen.

Veel, veel later, op een receptie na een filmpremière, kwam een jong Belgisch regisseur naar me toe. Ze identificeren zich als non-binair en spraken me aan over Jonkvrouw, mijn eerste historische roman die ik schreef met Pat van Beirs.
‘Ik heb het boek geleend van de schoolbibliotheek. Gelezen en herlezen en nooit teruggebracht. Ik heb het nog altijd,’ zei hen.
‘Was je dan zo geboeid door de late middeleeuwen?’ vroeg ik.
‘Nee, niet echt,’ zei hen, ‘ik hield van het hoofdpersonage. Van die dochter van de graaf die een hekel heeft aan borduren en liever met de jongens gaat ravotten in de polders. Die meid wilde jongensdingen doen maar tegelijk wilde ze ook vrouwelijk en elegant zijn. Het vertelde me iets over mezelf.’
Mijn wangen waren warm geworden van het compliment. Ik bedankte hen. De regisseur glimlachte en verdween weer in de menigte. Ik dacht terug aan de tijd dat ik aan het boek schreef. Ik wist toen niet hoe gravin Marguerite van Male eruitzag. Er bestaat immers geen veertiende-eeuwse portret van haar. Dat maakte me onzeker bij het schrijven. Tot ik mijn collectie Historia-plaatjes van tussen de elastiekjes haalde. Ja, daar was ze. Plaatje nummer 161. Ze staat afgebeeld op de dag van haar huwelijk, naast de hertog van Bourgondië. Heel elegant en voornaam ziet ze eruit. Ze glimlacht niet want ze denkt terug aan haar jeugd, aan haar verloren vrijheid, aan haar wilde jongensstreken. Althans, dat was het verhaal dat ik het plaatje zag.
Ik kreeg meteen weer trek in speculaas.

De illustratie is het werk van J.L. Huens.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑